SPON - specialisten in aangepast onderwijs

Onderwijs

Het onderwijs aan de leerlingen
Bij het onderwijs op school wordt uitgegaan van de kerndoelen van het basisonderwijs (BaO), het speciaal basisonderwijs (SBO) en de onderwijsdoelen voor het onderwijs aan zeer moeilijk lerenden (ZML).    

De school maakt gebruik van methodes welke ook op de basisschool worden gebruikt en remediërende methodes. Verder zijn er specifieke methodes die aangepast zijn op de individuele leerling.

De school bezit een eigen leerlingvolgsysteem en maakt gebruik van het CITO
De doelen voor alle leerlingen worden aan het begin en gedurende het schooljaar vastgesteld en aangepast in de individuele plannen vanuit de groep en de behandelplannen vanuit de therapieën.

Tijdens de jaarlijkse leerlingbesprekingen (LAP) worden de interdisciplinaire doelen vastgesteld en die van het vorige jaar geanalyseerd en geëvalueerd.
Dit betekent dat bij veel vakken individueel wordt gewerkt en de leerlingen op uiteenlopende niveaus en met verschillende onderwijsprogramma's bezig kunnen zijn. 

Naast het individueel werken, wordt er waar mogelijk groepsgewijs en waar nodig groepsoverstijgend gewerkt.
Deze groepsoverstijgende activiteiten worden op niveau, dan wel op onderwerp aangeboden.


Onderwijs aan jonge kinderen ( 4 tot 7 jaar)
De doelen voor het onderwijs zijn zowel gericht op de zelfredzaamheid, de sociaal emotionele ontwikkeling als op het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden. Uiteraard wordt gewerkt op basis van diverse methodes toegespitst op de behoefte en mogelijkheden van het individuele kind.
De voorwaarden voor het lezen, schrijven, rekenen en taal worden spelenderwijs en waar mogelijk methodisch aangeboden.
Verder wordt er veel aandacht besteed aan spel zoals:
bewegingsspel, vrij spel, buitenspel, sensomotorisch spel, gezelschapsspel, rollenspel en fantasiespel.
Tevens wordt er gewerkt met diverse soorten ontwikkelingsmateriaal zoals:
gevormde en ongevormde materialen, constructie- en bouwmaterialen, speelmaterialen en expressiemateriaal.
Vele kringactiviteiten en projecten vormen de basis van waaruit wordt gewerkt.


Onderwijs aan oudere kinderen (7 tot ca 13 jaar)
Met de Mytylleerlingen (LG) wordt zoveel mogelijk gewerkt met methodes die op de basisschool en op speciale scholen voor basisonderwijs worden gebruikt, toegespitst op de behoefte en mogelijkheden van het individuele kind. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met het eigen niveau en het tempo.
De basisvaardigheden rekenen, taal, lezen en schrijven worden methodisch aangeboden.
Vorderingen van de leerlingen worden gevolgd met methodegebonden toetsen, Cito-toetsen, ons leerlingvolgsysteem (LVS) en via observaties.
Het vak schrijven wordt o.a. tijdens zogenaamde groepslessen gegeven. Hierbij werken leerkracht en therapeut nauw samen in de klas om het schrijven voor iedere leerling op maat aan te bieden.
Wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie) wordt zoveel mogelijk groepsgewijs en geïntegreerd aangeboden, waarbij men methodisch en thematisch te werk gaat. Uitgangspunten daarbij zijn de eigen belevingswereld, ervaringen en waarnemingen.
De leerlingen leren stap voor stap de wereld om zich heen kennen en relaties te leggen.
Audiovisuele hulpmiddelen en de computer worden hierbij veel ingezet.
De expressievakken, zoals beeldende vorming (handvaardigheid en tekenen), dramatische vorming en muzikale vorming, nemen een belangrijke plaats in.
De leerlingen uit de hogere groepen kunnen van de leraar huiswerkopdrachten meekrijgen. Op de informatieavond en/of rapportavond wordt het onderwerp huiswerk met de ouders besproken.
De uitstroom van deze leerlingen vindt plaats volgens een schoolverlaterstraject m.n. richting voortgezet mytylonderwijs.

Onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen (4 tot 20 jaar)
Het onderwijs aan deze leerlingen is sterk aangepast aan de individuele behoefte en het eigen tempo van de leerling.
We trachten een gestructureerde en uitdagende omgeving te creëren. Uiteraard wordt ernaar gestreefd een zo hoog mogelijk functioneel niveau te bereiken.
Bij de oudere Tyltylleerlingen (MG) bevat het onderwijs vakken zoals: huishoudkunde, koken, verzorging, algemene technieken, expressievakken, vrijetijdsontwikkeling en sociale vaardigheden.
Ook bestaat er de mogelijkheid voor stage in en buiten de school.
Zo'n stage kan in het ene geval oriënterend zijn, terwijl dat bij een ander bepalend kan zijn waar de leerling naar toe gaat.
De uitstroom van deze leerlingen vindt plaats volgens een schoolverlaterstraject m.n. richting activiteitencentra.

Bewegingsonderwijs

Het vak bewegingsonderwijs neemt bij ons op school een aparte plaats in. Hiervoor is een vakleerkracht verantwoordelijk. Voor alle leerlingen van onze school is het belangrijk om deel te nemen aan de lessen bewegingsonderwijs.
Tijdens de gymlessen komen ook recreatiespelen en wedstrijdsporten aan bod. Elke leerling heeft minimaal 45 minuten gymnastiek per week.
Zwemmen neemt ook een belangrijke plaats in bij het sportprogramma. In principe zwemt iedere leerling zonder het A-diploma eens per week een half uur.
Het bewegingsonderwijs levert verder een bijdrage aan de ontwikkeling van de vrijetijdsbesteding voor menige leerling.